Geluksbankje

Ik moet me er toe zetten, maar het moet: hardlopen. Weg pastabuik, hallo conditie. Nou woon ik vlakbij hei en daar is het prachtig. Zeker nu de bramen aan de struiken zitten en de hei knalpaars afsteekt tegen een blauwe lucht.

Maar lopen van van A naar A, het blijft een beetje zinloos voelen, ook al weet ik dat ik goed bezig ben. Ik ren zo'n 5 km. Een beetje hardloper lacht me uit, ik vind 't net te doen. Bijna aan het eind van mijn rondje staat een bankje met een heel mooi uitzicht. Op het bankje puf ik uit en kun je ver kijken zonder beeldvervuiling. Geen lelijke palen of gebouwen, maar groen en nu dus veel paars met in de verte de zandverstuiving die mijn Zeeuwse hart sneller doet kloppen: het heeft wel wat weg van een vergezicht aan zee. Op het bankje denk ik na, verzin ik teksten, ik probeer idiote ademhalings-oefeningen uit 1 of andere app, ik sta op en kan er weer tegen. Veel ideeën beginnen hier. Mijn geluksbankje.

Het koperen plaatje met 'ons bankje' wees er op dat er meer mensen iets met deze plek hebben. Vandalen hebben het plaatje er deze vakantie afgeschroefd, eikels.

Om de zin van het hardlopen te vergroten en mezelf ertoe te zetten, heb ik wat bedacht: Ik wil er achter komen wie er nog meer wat met mijn geluksbankje heeft en waarom. Wie weet kan ik er wat mee.

Augustus 2014. Ik kom aanrennen. Mijnheer en mevrouw L. zitten op mijn bankje. Ik vertel ze dat ik geluksmomenten verzamel en die in het theater aan elkaar knoop in mijn voorstelling.

Ze hebben zeker een geluksmoment: "blij dat ze hier zitten", zegt zij. "ik had vrijdag een redelijk goede uitslag in het ziekenhuis" zegt hij. Ik durf niet verder te vragen maar opper dat "iets NIET krijgen dus misschien ook een geluksmoment kan zijn". Ze herkennen wat ik bedoel.

Mijnheer L vertelt over hoe hij hier speelde op de hei. Iets met een zeepkist. Stiekem stokbroodjes bakken en dan oppassen dat de brandweer het niet zag. In gedachten zie ik jongetje L. in een zeepkist over de hei crossen.

"Op rechts die drie bomen, daar tussendoor, zie je dat boompje? Daar hebben we de as uitgestrooid van mijn moeder". Moeder's boompje. Elke keer als hij er langs loopt denkt hij aan haar en elk jaar hebben ze een familiebijeenkomst bij de boom. Een traditie, iedereen doet er alles voor om er bij te zijn: het is een geluksmoment voor de hele familie om weer even bij elkaar te zijn.

Ik dank mijnheer en mevrouw L. voor hun mooie verhaal en ren naar huis. Ik voel me lichter en dat komt niet door het hardlopen. Andermans geluksmomenten: ik word er gelukkig van.